-
Blozen gelijk een kriek
-
Zich een kriek lachen
-
Met geld koopt ge krieken op de markt
-
Die krieken wil eten, moet ze plukken
-
Hij is kriekmurw
-
Ge kunt hem wijsmaken dat onze lieve heer op een
kriekelaar is geboren
-
Hij is altijd een milde kriekelaar geweest voor
zijn familie
-
't Is lijk ene om in een kriekeboom te zetten
-
Viezekloten komt men overal tegen:in de winter op
het ijs en in de zomer op de kriekeboom
-
Hij is in de kriekenstenen gevallen
-
Hij heeft zoveel verstand als een kriekensteen
-
Geen krieken zonder stenen
-
Loop naar huis, uw moeder bakt soep van
kriekestenen
-
Kriek ga van de kleine steentjes af, anders gaat
het regenen